De nieuwe Europese politiek

Luuk van Middelaar schreef deze column voor het IPO Jaarcongres 2018.

Geachte aanwezigen, dames en heren.

Geweldig dat u als verzamelde gedeputeerden en bestuurders uit alle onze provincies naar Brussel bent gekomen.

De laatste keer gebeurde dit waarschijnlijk in 1500-zo-veel, onder Karel V met de Provinciale Staten!

Uw aanwezigheid alleen al is een teken dat we een nieuw Europa binnengaan.

De EU is geen buitenland meer, maar binnenland. 
Ze raakt het binnenlands bestuur, lokaal en provinciaal.
Meer nog: Europa raakt vandaag de mensen, de kiezers.
Vroeger: productstandaarden, bietenprijzen, btw-richtlijnen – en regiosubsidies. Toch vooral een zaak van experts.
Nu: voorpaginanieuws en verkiezingsrumoer. Over de euro. Een handelsoorlog met Trump. Sancties tegen Poetin. En vluchtelingen die via een Grieks eiland of de Italiaanse kust belanden in gymzalen of kerken in Brabant of Friesland. 
Een nieuwe ervaring!
Kortom: Europa is niet alleen een markt meer, maar een lotsgemeenschap.

Burgers voelen dat, ook in Nederland.
Ze willen niet langer alleen de vrijheden die de EU biedt – over de grens studeren of je spullen verkopen. 
Dat blijft. Maar ze willen daarnaast ook bescherming. 
Optreden tegen klimaatverandering, belastingontwijking en lage-lonen-concurrentie.
Daadkracht tegen irreguliere migratie, tegen terreurnetwerken en tegen autocratische buren.

Dat vraagt van de Brusselse instellingen een omslag. 
Niet alleen regels maken – die ook nog beter moeten! – maar ook handelen. ‘Horizontale uitvoeringskracht’. En dus ook meer verbindingen leggen met andere bestuurslagen: een richtlijn maken kun je in Brussel doen, maar grenzen bewaken, projecten opzetten, dat kan alleen samen. 
Daarom zo belangrijk dat u hier bent.

Maar dit nieuwe Europa vraagt nog iets anders van onze politici.
Overtuigingskracht. De woorden vinden.
Daarom een enkel woord over één belangrijk Nederlands politicus in Europa.
Nee, niet de hoofdspreker van vandaag, de man die deze week met energie de Europese verkiezingsarena betreedt, “onze” Heerlenaar in de Berlaymont, Frans Timmermans.
Ik denk aan aan onze andere toppoliticus in Europa, lid van het gezelschap van regeringsleiders sinds 2010: premier Mark Rutte.
Hij maakt die omslag van het oude naar het nieuwe Europa.
(Een beetje laat misschien, maar toch.)

De jonge Rutte belichaamt perfect de Hollandse ambivalentie met Europese politiek. Liberaal. Atlanticus. De blik instinctief gericht op de zee in het westen, Engeland en Amerika, de vrije handel. De meeuwen aan het Scheveningse strand. Dus stond hij lang met de rug naar het continent, naar onze buren Duitsland, België, Frankrijk. Dat hoefde allemaal niet.

Zodoende sprak Rutte over de EU als een markt. Een banenmachine, waar we onze boterham verdienen.
Zeker, zegt u, dat handelsverhaal is typisch voor zijn partij, de VVD.
Ja, maar niet alleen: ook Lubbers of Kok zagen Europa als markt. 
Daar lag ons economische belang, export, transport.

Sinds 10 jaar is het de wereld die verandert. 
Rutte pikt die signalen op.
Dit jaar hield hij twee Europese redes. In Berlijn en in Straatsburg.
U weet, hij houdt niet van visie. Het moet pragmatisch en nuchter blijven. 
Dat bleef het ook; geen grootse panorama’s. En dat heeft zeker nut als tegenwicht tegen te grote beloftes.
Maar toch: OOK de premier erkent nu dat Europa méér is dan een markt is. Een waardengemeenschap. Voor de veiligheid borg staat. Een kanteling.

Cynici in Den Haag zeggen dat onze premier dus “iets” in de EU wil. 
Dat denk ik niet. Het zit dieper.
Rutte ervoer persoonlijk na de MH-17 dat je met 28 landen sterker staat tegen het Kremlin. En in de migrantencrisis van 2016 dat je alleen samen greep op de buitengrens kunt herwinnen.
Met de Brexit, datzelfde jaar, merkte hij hoe gevaarlijk het is de tegenstanders van Europa naar de mond te praten, zoals zijn vriend David Cameron deed – met een referendum en de dramatische Brexit tot gevolg.

Voor sommigen van u is Europa nog ver weg.
Anderen ervaren misschien net als onze premier hoe snel de zaken veranderen en stellen zich erop in.
Weer anderen werken wellicht al jaren dagelijks met Belgische of Duitse buren.

Voor u allen geldt: het nieuwe Europa – van vrijheden én bescherming – vraagt om een verhaal en overtuigingskracht. 
En om bestuurders die de handen in elkaar slaan om praktische problemen op te lossen. Niet als concurrerende bestuurslagen, maar voor de gedeelde publieke zaak: de toekomst van de mensen in Nederland, en op dit continent.

Ik wens u een vruchtbare verdere conferentie, en goede verkiezingen!
Die voor uw eigen Provinciale Staten in maart, maar ook de Europese in mei – want ook die zijn van ons allemaal ! 

Voeg toe aan selectie